Conformiteit en wettelijke garantie: wat mag je eisen als een product kapotgaat?
Gaat een product na een paar maanden kapot, dan hoor je vaak ‘de fabrieksgarantie is verlopen’. Dat is niet het einde van het verhaal. In Nederland heb je wettelijke rechten die losstaan van de garantie die een fabrikant of winkel zelf geeft. Dit artikel legt de Nederlandse regels uit, die zijn gebaseerd op een Europese richtlijn.

Wat betekent conformiteit?
Een product moet beantwoorden aan de overeenkomst: het moet de eigenschappen hebben die je op basis van de omschrijving, de prijs en de aard van het product mag verwachten. Dat heet conformiteit. Is dat niet zo, dan spreek je van non-conformiteit.
Voorbeelden: een wasmachine die na anderhalf jaar stopt terwijl je redelijkerwijs een langere levensduur mag verwachten, een jas met een andere kleur dan op de foto, ontbrekende onderdelen of een onjuiste installatiehandleiding waardoor het product niet goed werkt. Bij producten met software hoort daar ook bij dat je gedurende een redelijke periode noodzakelijke updates krijgt.
Ook wat de verkoper of fabrikant in reclame belooft, telt mee. Staat in een advertentie dat een accu een hele dag meegaat, dan mag je dat verwachten.
Hoe lang geldt de wettelijke garantie?
Nederland kent geen vaste termijn van bijvoorbeeld twee jaar. De wettelijke garantie geldt zolang je redelijkerwijs mag verwachten dat het product meegaat. Bij een duurzame koelkast is dat langer dan bij goedkope oordopjes. Prijs, merk, gebruik en wat de verkoper over de levensduur zegt, spelen allemaal mee.
Een vuistregel als ‘twee jaar’ is dus niet de Nederlandse wet. Gaat een product binnen de redelijk te verwachten levensduur kapot zonder dat jij het verkeerd hebt gebruikt, dan heb je in principe recht op herstel of vervanging.
Wel geldt sinds 1 januari 2022 een belangrijke bewijsregel: wordt een gebrek binnen een jaar na levering zichtbaar, dan wordt vermoed dat het er bij levering al was. De verkoper moet dan het tegendeel aantonen, tenzij de aard van het product of van het gebrek zich daartegen verzet. Na dat eerste jaar ligt de bewijslast bij jou: je moet dan aantonen dat het gebrek er bij levering al was, bijvoorbeeld met een rapport van een reparateur.
Bij wie moet je zijn?
Je spreekt de verkoper aan, niet de fabrikant. De winkel mag je niet zomaar doorsturen naar de fabrikant of importeur, ook al regelt hij de reparatie misschien via hen.
Ook bij een online aankoop is de webwinkel je aanspreekpunt. Herstel en vervanging moeten kosteloos zijn; de kosten van het opsturen voor herstel horen dus niet voor jouw rekening te komen.
Een fabrieksgarantie of extra garantie van de winkel is een aanvulling. Die kan handig zijn, maar mag je wettelijke rechten niet beperken. Is de commerciële garantie verlopen, dan kun je nog steeds een beroep doen op de wettelijke garantie.
Herstel, vervanging en daarna
Bij non-conformiteit kies je in principe zelf tussen kosteloos herstel of vervanging. De verkoper mag jouw keuze alleen weigeren als die onmogelijk is of onevenredig hoge kosten met zich meebrengt. Herstel of vervanging moet binnen een redelijke termijn gebeuren en zonder ernstige overlast voor jou.
Lukt herstel of vervanging niet, duurt het te lang of komt het gebrek terug, dan kun je prijsverlaging vragen of de koop ontbinden en je geld terugkrijgen. Bij een klein gebrek is ontbinden meestal niet mogelijk.
Valt een gebrek onder de wettelijke garantie, dan mag de verkoper je geen kosten voor onderzoek of herstel in rekening brengen. Blijkt het probleem door je eigen gebruik te komen, dan kan dat anders liggen; vraag vooraf om een prijsopgave.
EU-landen moesten de Europese richtlijn over het recht op reparatie (2024/1799) uiterlijk 31 juli 2026 in hun eigen wetgeving opnemen. Die richtlijn wil reparatie aantrekkelijker maken, onder meer door de aansprakelijkheid van de verkoper eenmalig met twaalf maanden te verlengen als je voor reparatie kiest. Nederland was daar in oktober 2026 nog niet klaar mee: het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer. Hoe de regels hier precies uitpakken, hangt af van die wet.
Stappenplan als een product kapotgaat
Zo pak je het aan, van de ontdekking van het gebrek tot een eventuele klachtenregeling:
- Stop met gebruiken als dat verdere schade voorkomt, en maak foto’s of een video
- Zoek je aankoopbewijs op: bon, factuur of bankafschrift
- Meld het gebrek binnen twee maanden bij de verkoper, bij voorkeur schriftelijk
- Vraag om herstel of vervanging en noem een redelijke termijn
- Bewaar alle e-mails, brieven en afspraken
Op tijd melden, en wat als de verkoper weigert?
Een melding binnen twee maanden na ontdekking van het gebrek is in Nederland altijd op tijd. Daarna heb je in de regel nog twee jaar om naar de rechter te stappen als de verkoper niet meewerkt. Wacht dus niet te lang.
Weigert de verkoper? Stuur een brief met een concrete eis en een redelijke termijn. ACM ConsuWijzer heeft voorbeeldbrieven. Is de winkel aangesloten bij een geschillencommissie of bij een keurmerk met een klachtenregeling, dan kun je daar terecht.
Maak in je brief duidelijk dat je een beroep doet op de wettelijke garantie, niet op de fabrieksgarantie. Zo voorkom je dat je wordt verwezen naar voorwaarden die alleen voor de fabrieksgarantie gelden.
Tweedehands en kopen van particulieren
Ook als je tweedehands koopt bij een winkel heb je wettelijke garantie, maar je mag minder verwachten dan van een nieuw product. Koop je van een particulier, dan gelden de extra beschermingsregels voor consumentenkoop niet. Wel moet het product overeenkomen met wat is afgesproken en beloofd.
Kocht je bij een webwinkel in een ander EU-land? Dan geldt overal in de EU dat de verkoper ten minste twee jaar aansprakelijk is voor gebreken die zich na levering openbaren. Bij problemen met een webwinkel in een ander EU-land kan ECC Nederland helpen.
Twijfel je over je situatie? Lees de uitleg van ACM ConsuWijzer of de wettekst zelf. Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies.


